· 

10 Juni: 'Klimmen tegen MS'-time!

Maandag 10 juni 2019

 

De wekker gaat om 4:30 uur. Ik ben meteen wakker, al voel ik me wel wat groggy op dit vroege uur. Het is zover! De dag is aangebroken. De dag van Klimmen tegen MS 2019. Nu ga ik zien of ik zal kunnen volbrengen waar ik vijftien maanden voor getraind heb. Mijn lijf voelt oke, mijn voeten zijn een pietsje pijnlijk, maar dat kan ook gewoon van de zenuwen komen. Of van de focus op mijn onderstel van de laatste tijd. Ik heb besloten geen paracetamolspiegel op te bouwen, maar neem voor de zekerheid wel een doosje mee. Ik ben zeer gelukkig met de inlays (dankjewel Robert-Jan!). Ze zitten nog steeds lekker en ik ben ervan overtuigd dat ik er de hele dag op zal kunnen lopen.

 

Ik neem mijn normale ontbijtje; met een volle maag kan ik echt niet lekker lopen. Ook Ad eet deze ochtend gewoon; voor hem geen tweede ontbijt dit jaar. Gisteren hebben we onze spullen al klaargelegd, dus onszelf vandaag opmaken voor de rest van de dag is relatief simpel. Mijn rugzakje bevat twee Granny's, een tiental repen van gedroogd fruit en noten, dertien kastanjecrackers, een zakje fruitgums en mijn camelbag gevuld met homemade sportdrank: gekookt water met zout en honing. Ad heeft wat zakjes met boterhammen bij zich, verschillende soorten sportdrank, een handvol sportrepen en magnesium. Wat we te weinig hebben kan aangevuld worden op de verzorgingsposten die we vandaag zullen tegenkomen.

 

Zodra we naar de auto lopen, komt een ietwat slaperige Noemi tevoorschijn met een halve grapefruit nog in haar hand. Ik kan haar gelukkig vertellen dat de organisatie al heeft laten weten dat het evenement door zal gaan, ondanks de slechte weersvoorspellingen van de afgelopen week. Het lijkt er iets beter uit te zien voor vandaag en dat is heel mooi. Ik vind het een fijn idee dat het niet al te warm zal gaan worden en dat we misschien zelfs een flinke plensbui op de kop zullen krijgen. Toch neem ik voor de zekerheid mijn koelsjaal mee. De zonnebrandcreme blijft wel lekker thuis!

 

Na een half uurtje rijden over de nog heerlijk rustige en koele wegen komen we ruim op tijd aan bij de startlocatie net buiten Malaucene. Ad zet ons af om de auto in het dorp te gaan parkeren en zich een beetje warm te rijden voordat het circus om zeven uur echt zal gaan beginnen. De organisatie is nog druk bezig met het opblazen en plaatsen van de startboog. Iedereen is blij en vol energie. We hebben er allemaal zo'n zin in! De andere deelnemers druppelen groepje voor groepje binnen. Na een half uurtje staat de weg al flink vol. We kijken mensen en zien van alles: met en zonder loopstokken, krukken, braces; fietsen in allerlei soorten en maten, rolstoelen, een tandem, een overdekte ligfiets. Je kunt het zo gek niet bedenken of het gaat de berg op.

 

We zien Hans! En Diny met Django, hun hond. Hans staat straks op post drie en Diny gaat ook een kilometertje of vijf meelopen, misschien meer. Net op tijd spotten we ook nog Ad, die naar ons zoekend langsrijdt en over de hoofden kijkt. Een knuffel, een foto en weg is hij weer. En dan is het ineens al zeven uur geweest. Edwin, de organisator, houdt een praatje. De menigte begint iets te enthousiast al met aftellen, de ambulance haakt aan met sirene. Gelach alom. Maarten start vervolgens het echte aftellen. 10, 9, 8, klinkt het luid uit alle kelen, 7, 6, 5, de ambulance doet opnieuw vrolijk mee, 4, 3, de spanning stijgt, 2... 1!

Daar gaan we dan! In eerste instantie voetje voor voetje, maar al snel gaat het sneller en kunnen we in eigen tempo lopen. De paar fietsers die tussen de wandelaars vastzitten, wurmen zich voorzichtig uit de menigte. Alle andere fietsers stonden achteraan en komen nu langs ons heen naar voren. Ook Ad, die we helaas niet meer zien. 

 

Het begin gaat lekker, zelfs al is het eerste stuk meteen al vrij steil. Ik heb meteen een goed tempo voor mijzelf te pakken. Sommige mensen halen we in (had ik niet verwacht), anderen lopen ons voorbij. Noemi vindt alles prima. Ze vindt dat ze hier is om me zoveel mogelijk te helpen en dat doet ze! Het is alleen al heerlijk om samen te kunnen babbelen onderweg en vooral ook veel, heel veel te lachen. Dat maakt het klimmen echt stukken lichter. We lopen volgens plan: van kilometerpaaltje naar kilometerpaaltje. Op de een of andere manier is het fijn dat we hier, op de onderste flanken van de berg, de top nog niet kunnen zien. Ik ben bang dat die hoge, verre top me anders zou ontmoedigen als het klimmen lastiger wordt.

 

Na een half uur stijgen begin ik mijn blessure te voelen. Ik probeer een beetje anders te lopen, mijn voet net iets anders te belasten, maar het gaat niet weg. Binnen drie kwartier al overleg ik met Noemi wat verstandig is en neem dan toch maar die pijnstiller. En dan meteen maar twee. Hopelijk is dat genoeg om de dag door te komen en boven te raken. Ik kauw de paracetamol fijn voor ik de pillen doorslik, zodat ze snel opgenomen zullen worden. Het helpt. De pijn blijft, maar is draaglijk. Soms lijkt het heviger te worden, maar iedere keer zakt het weer af. Zo kom ik er wel, besluit ik.

 

Voor mijn gevoel zijn we al redelijk snel bij de eerste verzorgingspost, vlak voor het zes kilometer punt. Daar breng ik een welkom bezoek aan de Dixie, na een gesprekje met een jongen van een jaar of elf in de rij over hoe leuk die videofilmpjes zijn van mensen die zich in een gebruikte Dixie van een heuvel af laten rollen. "Zullen we hem omgooien?" vraagt hij. "Beter van niet, joh." knipoog ik terug. Als ik van het toilet kom en hij aan de beurt is, kijkt hij met een vies gezicht naar binnen. Dat maakt me aan het lachen. Je ziet hem denken: misschien toch niet zo'n goed idee.

Met een kwart sinaasappel, een stuk banaan en een flesje water achter de kiezen en een sms'je aan Ad over onze vorderingen vervolgen we al snel weer ons pad. Ik voel me nog redelijk fris en voel een beetje de drang om gelijk met de paar anderen, die ongeveer hetzelfde tempo lijken te hebben, op te blijven lopen.

 

Het klimmen gaat nog steeds goed. Ik ben er best verbaasd over. Zo lang achter elkaar omhoog lopen heb ik 26 jaar geleden voor het laatst gedaan. Hier en daar komen er wat steilere stukken van 10, 11, soms 12%, maar ik raak niet achter mijn adem. Het tempo is voor mij helemaal prima en Noemi heeft me gelukkig meerdere malen verzekerd dat het niet te traag gaat voor haar. De klimmers voor en achter ons raken langzaam maar zeker uit zicht. Af en toe komt er nog een Klimmen tegen MS fietser voorbij, maar nu de ochtend ook voor normale toeristen aangebroken is, komen er meer en meer andere fietsers en automobilisten voorbij. Iedereen is even vriendelijk en even sportief. We begroeten elkaar en ik zou niet meer kunnen zeggen hoeveel mensen ons hebben aangespoord en bemoedigend hebben toegesproken. Heel bijzonder! Wat een verbinding op die berg.

 

Het uitzicht wordt steeds mooier. We kunnen steeds verder en steeds dieper kijken en beginnen al goed hoog te komen. Dat voelt echt lekker! Hoe tevreden en trots op jezelf kun je zijn wanneer je naar het dal onder je kijkt en denkt: kijk eens, zover ben ik al omhoog geklommen! 

Ook de zon begint door te breken. In het begin best lekker, maar op hogere hoogten steken de stralen al snel in je vel. Ik voel hoe ik opwarm en verlang meer en meer naar stukjes schaduw. Het babbelen valt stil, nadenken wil niet zo lekker meer en de kracht vloeit langzaam maar zeker uit mijn lichaam. Weer heb ik wat een uur lang lijkt niet door dat ik last heb van hittestress. We pauzeren even langs de kant van de weg. Ik eet een appel en een reep, drink veel, eet een half zakje fruitgums. Allemaal om te proberen weer energie te krijgen. En dan weet ik ineens weer wat er aan de hand is. Hittestress. Pff, waarom gaat dat iedere keer opnieuw zo?

 

Noemi adviseert me mijn haar op te steken, zodat mijn nek en rug wat kunnen afkoelen. Ze biedt me aan mijn rugzak te dragen, maar dat is mijn eer te na. Ik wil het haar ook niet zwaarder maken dan nodig. Ze heeft totaal niet getraind en ik wil het liefst, best wel uit eigenbelang, realiseer ik me later, dat ze er de hele weg naar boven bij kan zijn.

We gaan weer op pad, maar het lukt niet lekker. Tien, vijftien meter lopen, met mijn hoofd op mijn gestokte handen geleund rusten, weer tien, twaalf meter lopen, rusten, tien meter lopen, rusten, tien meter lopen, rusten. En eindelijk, na wat een eeuwigheid lijkt, komt de verzorgingspost met Hans in zicht. Dat geeft een beetje nieuwe energie, precies genoeg om het supersteile stuk dat er net voor ligt omhoog te kunnen komen.

 

Wat fijn om hem te zien! Ik krijg een dikke knuffel en word naar een stoel gedirigeerd. Water, nog meer water, lekker zoute chips, banaan, koffie, de rest van de fruitgums. Het gaat allemaal gretig naar binnen. Ik maak mijn koelsjaal nat, hang hem in mijn nek en merk weer hoe simpel het is om op deze manier snel af te koelen. Mijn energie komt terug, gelukkig. Ik was even bang dat ik het niet meer zou gaan redden, maar dit geeft me nieuwe moed. Noemi wordt al minder verlegen en neemt wat te drinken, te eten en een stoel aan wanneer die haar worden aangeboden. Ik sms Ad weer, breng opnieuw een bezoekje aan een Dixie en daar gaan we weer. Het vermoeden bestaat dat we nu een van de laatste, zo niet de laatste wandelaars zijn. Het maakt me niet uit. Ik stiefel rustig door en heb er bijna weer vertrouwen in dat het toch nog zal gaan lukken.

 

Twaalf kilometer ver al, we zijn over de helft! Van nu af aan wordt de nog af te leggen afstand snel minder. We passeren kilometerpaaltje na kilometerpaaltje en met af en toe even een 'snack en drink'-pauze tussendoor lopen we in hetzelfde, weliswaar trage, maar evenwichtige tempo door. Wat heerlijk dat het weer zoveel beter gaat nu. We hervatten het babbelen en lachen samen. De kilometers lijken veel sneller te gaan dan in het begin. Dat de weg langzaam maar zeker steiler wordt valt eigenlijk nauwelijks op. Onderweg krijgen we nog steeds veel steun. Vooral van busjes van de organisatie die langs komen rijden en vragen of we nog iets nodig hebben of een stukje mee willen rijden. "Nee hoor, alles goed! Ik wil het helemaal zelf doen!" Er komen steeds meer deelnemers de berg af die al boven zijn geweest. Op de fiets of in de auto en veel van hen zwaaien, knipperen met hun lichten en roepen ons toe dat we goed bezig zijn. Het voelt heerlijk. Ik krijg er iedere keer weer vleugels van.

 

En daar is Chalet Liotard al. En een half uur later ook al de laatste verzorgingspost, op iets meer dan vier kilometer onder de top. Onder begeleiding van carnavalsmuziek de berg oplopen heeft wel iets. De tred wordt verender, de glimlach breder. En dat ze je met een grote grijns op staan te wachten is gewoonweg super! We werken weer een flesje water weg, eten chips en nog een reep, vragen water mee voor onderweg, want de camelbag is inmiddels leeg. Ook Ad krijgt een sms'je met de laatste stand van zaken. Hij is inmiddels bezig met zijn derde beklimming, nu vanuit Sault. Met een beetje geluk zullen we ongeveer tegelijkertijd op de top aankomen. Dat lag eigenlijk niet in de lijn der verwachting en geeft me een super gevoel! Noemi en ik vertrekken na een kwartiertje alweer. We zullen zeker de laatste wandelaars zijn die binnenkomen. Edwin is al op de hoogte gebracht door een van de motards.

 

Om kwart voor vier zien we voor het eerst de top! Wat fijn dat het helder is! En inderdaad, de top zien en die laatste vijf haarspeldbochten ernaartoe, werkt ietwat ontmoedigend. Wat moeten we snel stijgen om daar te komen! Al lopende merk ik dat dat gelukkig best meevalt. De weg naar boven is niet steiler dan eerder, maar mijn voet begint wel weer op te spelen. Even rekenen maakt dat begrijpelijk. Die twee paracetamolletjes heb ik negen uur geleden opgepeuzeld. Geen wonder dat ze uitgewerkt zijn. Ik ben lief voor mijzelf en neem bij onze laatste 'snack en drink'-pauze twee nieuwe. Het helpt. Fijn! 

 

We kunnen de Finish-vlaggen al zien! Nog drie bochten. En ineens nog zevenhonderd meter. Daar komen twee studenten van het VeVa naar beneden. Ze vragen of we het een goed idee vinden wanneer ze het laatste stuk met ons mee naar boven lopen. Mijn eerste reactie is zeggen dat dat niet nodig is, maar eigenlijk lijkt het me wel fijn en dat is dan ook wat ik aangeef. Ze zijn ontzettend aardig, stellen goede vragen en hebben echte belangstelling. Voor ik het me goed realiseer zijn we al bij de laatste bocht, het laatste steile stuk naar boven. Ik krijg een brok in mijn keel. Er staat een enorm ontvangstcomite. Muziek, applaus aan weerszijden. Ik word weer emotioneel nu ik het opschrijf. Over de eindstreep krijg ik een enorme knuffel van iemand van de organisatie. Ik ben er. Wat een moment. Ik heb het gehaald!

 

We ploffen ergens neer, krijgen cola, zijn euforisch. Pas de laatste paar kilometer durfde ik voor mijzelf toe te geven dat ik al die tijd wel heb gezegd dat ik het zou halen, desnoods op mijn tandvlees, maar dat ik het pas echt ben gaan geloven toen de top in zicht kwam. We hebben er negen uur en drie kwartier over gedaan. Ad kwam een kleine drie kwartier na ons boven van zijn derde beklimming. Noemi spotte hem en heeft haar toestel al klaar. Ad en ik vallen elkaar ontroerd in de armen. Nog zo'n mooi moment <3 Een dag om te koesteren.

 

Diny, de vrouw van Hans, is spontaan ook helemaal naar boven gelopen, dankzij de goede zorgen voor Django van de organisatie. De hond wilde niet meer verder. Diny wel! Hans heeft zijn eigen zorg overwonnen en heeft een gouden dag gehad als vrijwilliger (mijn inschatting). Het was ontzettend fijn dat hij er precies op het juiste moment voor me kon zijn. Ad is nu officieel lid van Le Club des Cingles, de 'mallotenclub' voor mensen die binnen 24 uur de Mont Ventoux van alledrie de kanten hebben kunnen bedwingen. Wat een prestatie! Noemi voelt zich vereerd dat ze deel heeft kunnen uitmaken van Klimmen tegen MS en heeft enorm genoten van het samen naar boven kunnen lopen, zonder enige traning vooraf!

 

En ik? Ik kan zeggen dat ik de Reus van de Provence heb beklommen, ondanks fysieke tegenslagen, maar dankzij de MS. Dank jullie wel allemaal! Zonder het enthousiasme, het medeleven, het meelopen en de inzet van ontzettend veel mensen was me dit niet gelukt.

 

Hieronder volgt een selectie uit de fotoreportage

die Noemi van onze beklimming heeft gemaakt:

'Les Capricorns du Mont Ventoux'

 

Daaronder een kort filmpje van haar van het finishmoment.

 

Meer foto's en een update over Klimmen tegen MS vind je hier.




Reactie schrijven

Commentaren: 5
  • #1

    Anne (donderdag, 13 juni 2019 09:36)

    Inge ik ben zo ontzettend trots op jou!

  • #2

    Petra de Gooijer (donderdag, 13 juni 2019 16:39)

    Het is echt fantastisch gedaan Inge ! Ik denk dat je een echte doorzetter bent want anders zou je dit nauwelijks kunnen presteren met je ziekte. Maar zeker weten heb je een heel voldaan gevoel en mooie herinneringen die je kunt delen met de mensen die dit avontuur met je meebeleefd hebben .

  • #3

    Nicole van Tilborg (vrijdag, 14 juni 2019 00:07)

    Geweldig Inge! Ik vind het fantastisch voor je dat het gelukt is. Chapeau!

  • #4

    Richard (vrijdag, 14 juni 2019 16:32)

    Gaaf. Mooi verhaal en kan me voorstellen dat het een ervaring is om nooit te vergeten!

    En hoe voelt het onderstel nu?

  • #5

    Michiel (dinsdag, 18 juni 2019 10:14)

    Heel goed gedaan Inge en Ad! Een enorme prestatie. Bedankt voor het mooie verslag.